Vocaal Ensemble Bonifatius
Recensie Nieuwsblad van Noordoost Friesland, 10 maart 2026, pagina 7. Auteur: Rennie Veenstra
Koren Dokkum en Lelystad openbaren visie dirigent
Vocaal Ensemble Bonifatius uit Dokkum en Kamerkoor Lelystad worden niet alleen wekelijks door één en dezelfde koorleider, Jeroen Helder, gedirigeerd, maar worden tijdens de repetities eveneens onderworpen aan één en dezelfde visie op de koorzang: de Helder-visie.
Deze Helder-visie was zondagmiddag in de Dokkumer Grote Kerk de grote gemene deler bij een koorconcert, waarbij de genoemde koren deels afwisselend, deels gezamenlijk muziek uit de renaissance, de romantiek en de twintigste eeuw naar voren brachten.
Twintigste-eeuwer Bob Chilcott (1955) stond met twee meerdelige werken geprogrammeerd en zowel vanwege de kwantiteit als de kwaliteit zetten deze composities vooral de toon tijdens het concert.
Muziek kan de dood uitstellen luidt de moraal van een door hem getoonzette fabel van Aesopus, die, afgezien van de feitelijk waarheid, evenals de andere fabels in de reeks, door het Dokkumer koor zo mooi werd weergegeven, dat het denken aan de dood in ieder geval even kon worden uitgesteld. De titel, het verhaal (verluchtigd met beamerbeelden) en de moraal kwamen sprekend en zingend in alle facetten goed uit de verf.
Hetzelfde koor zong van dezelfde componist ook een geestelijk werk, namelijk A little jazz mass. In dit bijzondere stuk was pianist Jan de Roos meer dan stimulerend actief en wist hij als copiloot de koorzang nu eens tot korte en swingend-ritmische motieven aan te zetten, dan weer tot heerlijke lazy en easy listening harmonieën.
Voordat het koor uit Lelystad overging tot zelfstandige vertolkingen, vervulde het eerst zijn rol in de dubbelkorigheid van Mendelssohns motet Denn er hat seinen Engeln befohlen. Qua dialogen, waaronder enkele tekstoverlappingen, ging het prima bij de massale koorzang. Helaas overstemde deze de orgelpartij van Jan de Roos nogal en sneeuwde de hoge sopraanpartij ietwat onder.
Na Mendelssohn zong het koor op transparante wijze oude en wereldlijke a capella muziek van Cornysh, Desprez en Janequin, aanvankelijk met enige aarzeling maar al snel uiterst klankvol en overtuigend.
In het uit dezelfde tijd stammende Osculetur me (gebaseerd op het Bijbelse Hooglied), deed het Dokkumer koor volop mee en zorgde Jan de Roos voor ondersteunende orgelbegeleiding. Al naar gelang het werk, met daarin een vlechtwerk aan teksten, vorderde, bloeide de koorzang op en ging men soepeler om met de dynamiek.
Voordat de beide koren het programma afsloten met een zeer eensgezinde vertolking van Sure on this shining night van Morten Lauridsen (1943), steeds op tijd gas gevend en terugnemend, zong het koor uit Lelystad nog muziek van Stanford, Whitacre en Rutter. Uiteraard overeenkomstig de visie van niemand minder dan dirigent Jeroen Helder.
Fotobijschrift: De koren traden zowel apart als gezamenlijk op. (Foto: Sjoerd Hania)
